de baas zijn
over vrouwelijk leiderschap
‘Vrouwen zijn gelijk aan mannen, dát was het punt van Simone de Beauvoir’, zegt de tafelgast bij de lezing over de Franse filosofe. Ik luister instemmend. ‘Vrouwelijke eigenschappen zoals empathie zijn meer ontwikkeld bij vrouwen omdat zij vaker in een afhankelijke positie zitten’. Ik knik nog harder van ja. Samenzweerderig en know-it-allerig fluister ik met mijn mond achter mijn hand tegen mijn vriendin: ‘empathie als vorm van fawning’. De tafelgast vervolgt haar betoog. ‘Als wij de baas zouden zijn, deden we ook slechte dingen, net als mannen’. Mijn wenkbrauw schiet omhoog en ik frons mijn voorhoofd.
In de trein naar huis blijf ik kauwen op deze (veronder)stelling. In ‘De Patriarchen’, over de oorsprong van ongelijkheid, schrijft de Britse onderzoeksjournalist Angela Saini dat matrilineaire samenlevingen (waar bezit via de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven) zich vaker kenmerken door meer egalitaire machtsstructuren. Zeker niet altijd, maar in matriarchale samenlevingen wordt er beduidend minder vaak misbruik gemaakt van macht en komt ongelijke behandeling van gender structureel minder voor, blijkt uit historisch en antropologisch onderzoek.
Vrouwen en macht. De vrouw de baas. Baas in eigen buik zul je bedoelen. Want macht gaat voor vrouwen tot nu toe vooral -en steeds weer- over het bevechten van het de baas kunnen zijn over je eigen leven en lichaam. Zie het terugdraaien van abortuswetgeving in de VS. Macht reikt voor de meeste vrouwen nog steeds niet veel verder dan eigenmacht en zelfbeschikking, en zelfs dat is voor veel vrouwen op deze planeet een utopie.
Zouden wij onze macht op dezelfde manier misbruiken? Of zijn we daar juist té empathisch voor geworden en mondt ons leiderschap vaker dan eens uit in verkapt toxisch moederschap; ook op de werkvloer in een leidinggevende positie voelen we ons te verantwoordelijk, geven we leiding én maken we het toilet schoon, blinken we uit in over-ijveren, in plaats van wijdbeens achterover te leunen en onze grote glimmende schoenen voor ons op tafel te leggen.
Wat als wij vandaag opeens massaal de baas op het wereldtoneel waren? Zouden we ons meteen de mores van het patriarchaat aanmeten? De positie van de neerwaartse hond direct verruilen voor het ‘doen’ van de macht in dog eat dog style? Zoals mannen ook weer de mannen onder zich onderdrukken? Uit angst om anders zelf onderdrukt te worden? Als wij de macht kregen binnen de bestaande machtsstructuren misschien wel. Ik denk aan de herenschoenen in het Witte Huis die Trump aan zijn naaste onderdanen cadeau schijnt te doen. Hij vraagt de mannen om hun schoenmaat terwijl hij erop zinspeelt dat die grootte iets zegt over een andere grootte, verklapte JD Vance onlangs. Uit angst een kleintje te hebben -of te zijn- geven de mannen een grotere schoenmaat op dan ze hebben. Resultaat: een heel legertje onderdanen klost rond op veel te grote schoenen. Macht is an offer you can’t refuse.
Of wel? Misschien is dat het beste dat we kunnen doen als wij de macht zouden krijgen: hem weigeren. Non merci galore. Klaar ermee. ‘Macht, you’re fired!’. Om vervolgens met onze millennialange keihard getrainde empathie-spieren te proberen of we tot iets kunnen komen dat een andere structuur heeft dan weer een volgend machtssysteem. Een collectief weefsel waarbinnen de macht verdeeld is. Waar onderdrukking vanuit het onvermogen om lief te hebben (aldus auteur bell hooks) door empathie wordt onderschept. Geen powerplay maar foreplay, een zachte opbouw waarmee je gemeenschappelijk, zonder de ander geweld aan te doen, tot hele andere hoogtes kunt komen dan winst, bezit of aanzien. Waar mannen niet aan bodybuilding maar aan empathy-building doen. En alle mensen passende schoenen hebben.
Ik leg mijn hoofd vol tollende gedachten over de ideale womansphere ter kalmering héél even te rusten tegen het koele treinraampje.
De trein wisselt van spoor, richting en tijd. We naderen Paris Nord. Mijn naam is Simone. Maar je zegt ‘Simône’. Het is 1949. De oorlog is alweer voorbij. Over een uur zal ik thuis zijn, een glas whiskey inschenken en met een sigaret tussen de lippen (waar je dan nog geen kanker van krijgt), mezelf al schrijvende oefenen in de kunst der argumentatie waarmee ik -zeer binnenkort- het hele patriarchaat in één scheet omverblaas. Of is dat niet empathisch? Ach, zolang ik alleen in mijn kamer ben heeft niemand er last van.
individuele eilandretraite 'vrouwelijk leiderschap' lente & zomer '26
