voorbij gestolde overtuigingen
over de vrijheid van een vloeibare mening
‘Ik haat huishouden, ik ben eigenlijk veel meer een brainer’. Dit hardop zeggen was goed voor mij. Het hielp mij om te stoppen met een overdreven zorgen en zwoegen voor anderen en de ruimte te geven aan mijn honger om te leren. Na deze coming out kon ik mijn verstikkende patroon doorbreken en heb ik mijn werk en leven radicaal anders ingericht.
Na een aantal jaren ‘brainen’ merk ik dat het klakkeloos herhalen van deze overtuiging zichzelf tot een spanddoekspreuk had gemaakt: ‘huishouden is vies!’ en dat het juist de levensstroom weer vastzette. Want schoonmaken of opruimen kan ook heel louterend zijn. Het helpt me om dingen ‘helder te krijgen’ of om mijn ‘gedachten op een rij’ te zetten. Het is fijn om mijn huis schoon en klaar te maken voor mezelf, mijn gezin of mijn logeervrienden. Met huishouden is op zichzelf niks mis. Mijn identificatie ermee, de overtuiging dat ik dat moest doen, de verslaving, het niet kunnen laten, het als excuus gebruiken om maar niet te hoeven doen waar ik zo naar verlangde, dát zette mij vast.
Gestolde overtuigingen zijn opgedane meningen, een persoonlijk geloof, dat we als een vaststaande waarheid aannemen. Het liefst introduceren we ze luidkeels en in het gezelschap van anderen- met beginzinnen als ‘ik hou helemaal niet van...’, of ‘ik heb het echt nodig om...’, ‘ik háát...’ ‘, ik ben er 100 % van overtuigd dat...’,
Zo'n adagium kan in een bepaald stadium bevrijdend werken. Maar wanneer het stolt, worden we ons eigen stokpaardje: nep, gehard en verveeld in de rondte draaiend, recht op en neer. Wanneer we geen onderzoek doen naar de verkondigingen die we zo luid over onszelf afroepen, kan die eens zo verlossende zelfverklaring ons in een latere fase gevangen zetten en ontwikkeling tegenwerken.
Wat levert het op als ik mezelf eens wat minder als een verzameling vaststaande feiten definieer? Wat gebeurt er wanneer ik me niet zo identificeer met al mijn voor- en afkeuren? Wat als ik mijn zogenaamde ‘eigen’-schappen wat meer op losse schroeven zet? Dan kan ik misschien onderzoeken of ze eigenlijk wel echt van mij zijn, of ze nog wel bij mij horen. Zodat ik vrij kan zijn in wie ik ben. Wie weet wat ik allemaal nog kan worden en kan ervaren.
Wanneer een kind zegt ‘dit lust ik niet’ en daar als volwassene nog steeds aan vasthoudt zonder dat het ooit opnieuw geproefd heeft, is dat een gemiste kans. Daarom is het af en toe open en eerlijk nagaan of een gestolde overtuiging intussen misschien aan ontwikkeling toe is. Soms vraagt hetgeen je te doen hebt, niet om een vastgezet geloven, maar om een nieuwe, verse ervaring, zonder mening. Wat een vrijheid, om niet te hoeven vasthouden aan wat je ooit eens bedacht hebt over jezelf; wie je wel niet denkt dat je bent. Hoe veel interessanter is een leven waar je ideeën over jezelf en anderen vloeibaar mogen zijn.
< terug